Bij zonsopkomst en zonsondergang staat de zon laag. Vooral als de zon recht op je voorruit schijnt, kan dat zorgen voor slecht zicht. Wat kun je doen om toch veilig te blijven rijden?
Zorg dat je altijd een zonnebril in de auto hebt liggen. Een bril met gepolariseerde glazen beschermt beter tegen reflecterend licht en schitteringen. Gebruik ook je zonneklep. Je kunt deze niet alleen naar beneden klappen, maar ook loshalen en naar het zijraam schuiven. Dat is handig als de zon van opzij schijnt. Let er wel op dat je zicht naar voren goed blijft.
Als je tegen de zon in kijkt, zie je minder, maar blijf extra alert op wat er om je heen gebeurt. Denk aan andere weggebruikers, verkeersborden en veranderingen in het verkeer. Je snelheid aanpassen mag en is soms verstandig. Doe dit wel geleidelijk, zodat anderen hier veilig op kunnen reageren.
Vuil op je ruiten beperkt het zicht, vooral bij laagstaande zon. Maak daarom niet alleen de buitenkant schoon, maar ook de binnenkant.
Houd je ruitenwisservloeistof op peil en controleer je ruitenwissers op slijtage. Zo voorkom je strepen op de voor- en achterruit.
Met verlichting ben je beter zichtbaar, ook bij laagstaande zon. Dat is vooral belangrijk voor tegenliggers die recht tegen de zon in kijken.
Dit geldt altijd, maar zeker bij slecht zicht. Houd je aandacht bij het rijden en beperk afleiding. Zet je telefoon bijvoorbeeld op Mono.
Rijd jij met de zon in de rug? Dan heb je zelf weinig last, maar voor een tegenligger kan de zon juist verblindend zijn. Houd daar rekening mee: de kans is groot dat zij jou minder goed zien.